Nuovo Cinema Paradiso (1988). Over gelaagdheid in films

In televisieshows valt regelmatig het woord ‘meesterwerk’, bij een nieuw uitgebrachte film of boek. Het lijkt erop of er aan de lopende band topwerken worden geproduceerd in deze tijd, maar is dat wel waar? Wat maakt nu een film echt goed?

 

Om een antwoord op die vraag te vinden moet ik vertellen over de gelaagdheid die ik meen te ontdekken in de film Cinema Paradiso, van Giuseppe Tornatore, uit 1988. Waarom wist die film mij gisteravond te ontroeren?
Natuurlijk had dat te maken met de gevoelige muziek van Ennio Morricone, en de menselijkheid van hoofdpersonage Toto, een filmregisseur die na dertig jaar terugkeert naar zijn geboortedorp op Sicilië, waar hij zijn moeder weerziet maar zijn grote liefde niet, de bioscoop waar hij film ontdekte, is een bouwval geworden en de eigenaar is overleden. De nostalgische inzet van zijn terugkeer roept melancholie op: zijn veel oudere vriend Alfredo is dood, en het was deze Alfredo die de bioscoop bestierde die de jonge Toto tot verrukking kon brengen.

Veel bioscoop dus, veel film. Wat zou deze film over filmen zeggen? Na het bericht van Alfredo’s dood komen we terecht in een lange flashback, waarin we Toto zien opgroeien en met hem komen tal van klassiekers uit de filmgeschiedenis langs in het dorp: van westerns met John Wayne tot romantische films met Humphrey Bogart en  andere sterren van het witte doek.

Het lijkt enkel nostalgie, maar Cinema Paradiso is een soort diamant: de film is zo geslepen dat je er niet achterkomt hoeveel verwijzingen naar andere films en verhalen erin zitten. Af en toe licht er één op, schijnt in je oog, maar de film gaat verder voordat je weet wat het betekent.

Op een gegeven moment werd er weer een stukje van een klassieke film getoond, in de bioscoop van Alfredo, je zag een glimp van een man die een steen naar beneden gooide, naar een schip dat daar lag.

‘Dat is de Odyssee,’ zei mijn vriendin, die naast me zat terwijl ik keek, ‘die heb ik gezien’. En nu herkende ik de stenengooiende man als de éénogige Cycloop die Odysseus woedend achtervolgt als deze hem blind heeft gemaakt en met zijn makkers de benen neemt.

Wat kan Cinema Paradiso met de Odyssee te maken hebben? Een stukje film kan fungeren als een aanwijzing dat de structuur van de film die je aan het kijken bent iets te maken heeft met het klassieke voorbeeld, waarvan een glimp wordt getoond (een mise-en-abyme).

Even verder zien we held Toto, als hij na zijn diensttijd terugkeert in het dorp (hij is dan nog een twintiger, het is nog niet de grote terugkeer als vriend Alfredo is overleden en Toto inmiddels een grote regisseur is). Zijn plaats in de dorpsbioscoop Cinema Paradiso is tijdens zijn diensttijd door een ander ingenomen, die hem vanaf het balkon argwanend aankijkt. En zijn grote liefde is inmiddels uit het dorp weg. Ze bestaat alleen nog op de paar opnamen die hij van haar heeft.

De scène deed me denken aan de terugkeer van Odysseus; bij Odysseus is het paleis ingenomen door vrijgezellen die steeds opdringeriger de hand van de veronderstelde weduwe Penelope eisen. Zo is ook het hoofdkwartier van Toto, zijn eigen bioscoop, ingenomen.

De eerste die Toto tegemoet komt en hem herkent is een hond; nu is dat op zichzelf niet zo verwonderlijk, ware het niet dat ook in de Odyssee het een hond is die de onherkenbare held het eerst herkent.

Even over Penelope, de vrouw die wacht op Odysseus. Ergens in Cinema Paradiso zien we een vrouw aan het spinnen. Het lijkt een shot dat nergens mee te maken heeft.

Maar aan het eind van de film, als de flashback is afgerond en Toto uiteindelijk terugkeert, nu bedoel ik de grote terugkeer bij de dood van Alfredo, dan is er opeens een close-up beeld van een breiwerk dat wordt uitgehaald. Daar was de moeder van Toto mee bezig op het moment dat hij na dertig jaar afwezigheid weer terugkeert.

Nu weten we dat Penelope tijdens Odysseus’ afwezigheid een doodskleed voor Odysseus’vader weefde, en de vrijers die zijn plaats in wilden nemen beloofde dat zij met één van hen zou trouwen als zij het kleed af had. ‘s Nachts haalde ze alles weer uit wat zij overdag had geweven, zo hield zij de vrijers op een afstand en de hoop levend, dat haar echtgenoot zou terugkeren.

In Cinema Paradiso is de wachtende geliefde zo een wachtende moeder geworden.

Een mooie omkering, maar wat betekent dit alles? Het motief van het weefgetouw hield me niet los, en tegen het einde van de film kreeg ik een nieuwe impuls voor de interpretatie die ik nu, al schrijvend, probeer rond te krijgen. Dan zien we Toto, in een scène waarin hij de eerste beelden ziet die hij zelf filmde, beelden van zijn grote liefde.

De filmspoel draait over een machine heen die veel heeft van een – u raadt het al – spinnewiel. Hé, dacht ik: deze film gaat over een filmer, en dus ook over filmen, en Toto heeft zijn grote liefde in beeld, zijn filmen is eigenlijk als dat weven van Penelope.
Hij heeft haar nooit terug gezien, terwijl hij in dienst was werd haar vader overgeplaatst uit het dorp en niemand wist waarheen.

Er is dus niet één Penelope in deze film, er zijn er minstens twee: de moeder van Toto én Toto zelf. Daarmee betrekt Cinema Paradiso de lotgevallen van Odysseus op de geschiedenis van de film: een geschiedenis van voor-de-gek-houderij (film is immers projectie, en houdt mensen voor de gek, zoals Penelope de vrijers op een afstand hield) maar ook een geschiedenis waarbij begrippen als verlangen en hoop hardnekkig levend worden gehouden in een eindeloze stroom verhalen.

Wie deze film gaat zien, ziet ongetwijfeld weer andere verhalen terug. Ik wil met mijn Odysseus-parallellen zeker niet het laatste woord hebben over deze film. Misschien is het knappe van deze film wel dat je niet één maar wel tien interpretaties kunt geven, op grond van evenzoveel kijkervaringen.

Wie overigens goed kijkt naar Alfredo, de man die Toto de geheimen van de film bijbracht, valt nog iets op. Alfredo wordt blind, op een gegeven moment, als zijn bioscoop vlam vat. Je zou in hem trekken kunnen zien van de blinde Cycloop, die Odysseus van zijn eiland jaagt (ook Alfredo wordt immers blind en roept Toto op zijn geboortegrond te verlaten). Maar hij heeft ook wel wat van de blinde ziener Teiresias, die door Odysseus wordt geraadpleegd in de onderwereld, over de vraag hoe thuis te komen. De filmer als ziener; ook dat zegt iets over de rol die film voor mensen kan spelen: film is een illusie die wel degelijk richting kan geven in het echte leven.

Film draait om een geheim, dat niet te pakken is, maar dat er is wanneer het verlangen van mensen ernaar uitgaat. Film is wat dat betreft het verleidelijke zusje van religie, het is niet verwonderlijk dat er meerdere malen speels naar de katholieke mis wordt verwezen in Cinema Paradiso. Alle films die Alfredo vertoont worden bijvoorbeeld eerst gezien door meneer pastoor, die met het belletje waarmee hij normaal gesproken het brood consacreert, rinkelt als hij vindt dat er een kus of een mogelijk erotische scène eruit moet worden geknipt. Zo zegent hij onbedoeld de zonde.

Er zou misschien ook nog een hoop te zeggen zijn over het paradijs dat zo nadrukkelijk aanwezig is in de titel ‘Cinema Paradiso’. In eerste instantie roept het verval van het bioscoopgebouw, dat uiteindelijk wordt gesloopt, gedachten op aan een verloren paradijs. In de film is het paradijs vooral de kindertijd van Toto, en zijn kinderlijke fantasie, waarvan hij als volwassene moet concluderen dat die in dit leven nooit meer terugkomt.

Misschien vallen me bij een tweede of derde keer kijken extra aanknopingspunten op om ook deze verwijzing, deze schittering in de diamant die Cinema Paradiso is, beter te kunnen duiden.

Om op het begin van dit stuk terug te komen: het kijken van deze film gaf me een nieuw begrip van nu een meesterwerk is, wat gelaagdheid betekent, in film en literatuur. In ieder geval heb ik ervan genoten hoe deze film gebruik maakt van antieke motieven, klassieke thema’s aansnijdt, en tegelijkertijd op een zelfstandige manier een nieuw verhaal vertelt. Daarom, en natuurlijk vooral omdat ik in de film mijn eigen vragen herkende, is deze film voor mij een meesterwerk.

This entry was posted in Film and tagged . Bookmark the permalink.

3 Reacties op Nuovo Cinema Paradiso (1988). Over gelaagdheid in films

  1. Lindeman says:

    Mooi staaltje onderzoeksjournalistiek. ;-)
    Boeiend!

  2. Gershwin says:

    Kijk, dát is dus zo’n essay dat ik graag zou schrijven. Welk een schone ontleding! Lof!

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>