‘Hoe was je vakantie?’ vraagt oma, terwijl ik op de stoel voor het raam neerplof.
‘Goed. Veel gezien, mooi weer.’ Ik geef een verslag van mijn reis, beperk me tot die dingen waarvan ik weet dat oma ze graag hoort.
Oma knikt tevreden.
‘Hier nog een beetje uit te houden, tussen die oudjes?’
‘Ze hadden de laatste massaal last van een Wii-arm.’
‘Een wat-arm?’
‘Nee, een Wii-arm. We hadden eerst gym, hier beneden in de recreatieruimte. Maar dat waren de meesten zat. Voelden zich niet serieus genomen als ze moesten skippyballen en dat soort ongein. Dus hebben ze therapeut met ballen en al de tent uitgetrapt en werd er een Wii aangeschaft. Bowlen en tennissen en alles, maar kennelijk net wat te enthousiast. Dus toen zaten ze met een Wii-arm.’
‘En nu?’
‘Er is weer een nieuwe therapeut om ze van hun Wii-arm af te helpen. Met skippyballen. Mastenbroek en Stuurman sparen nu voor een Xbox Kinect. Voelen zich niet serieus genomen als ze moeten skippyballen.’
‘Zijn ze hun avonturen met de Wii alweer vergeten dan?’
‘Ach, het zal wel Alzheimer zijn…’
We zwijgen. Buiten heeft een oude man zichtbaar moeite zijn rollator weer de stoep op te krijgen.
‘Hoe was je vakantie?’